100 jaar U.S.A.

De geschiedenis van Unitas begint opvallend genoeg al in 1885. In die tijd zijn álle studenten in Amsterdam per definitie lid van het Corps. Lang niet iedereen is gelukkig met de situatie, zeker ook omdat het corpslidmaatschap aanzienlijk hoge kosten met zich meebrengt. In 1885 is de maat voor een aantal studenten vol. Her en der verschijnen “onafhankelijke disuputen”, die doorgaans even snel weer verdwijnen als ze ontstaan waren. Één clubje studenten besloot om een volwaardige vereniging op te zetten met gelijkwaardigheid en betaalbaarheid hoog in het vaandel. De vereniging droeg de naam “Amsterdamsche Studenten Bond” en kreeg een jaar later ook een eigen sociëteit op de Vijgendam met de welluidende naam “Soladitas Amicitia Laetitia Vireant Eximie”.

Het corps was natuurlijk minder gelukkig met de nieuwe concurrentie, en deed er alles aan om de ASB zo snel mogelijk weg te treiteren. Dit lukt ze aardig en rond de eeuwwisseling besluit de ASB zichzelf weer op te heffen. Even lijkt het alsof het corps haar onbetwiste positie weer terug heeft, maar tien jaar later gaat het alsnog mis; zij wordt gesplitst in een “gezelligheids-“ en een “nuttigheids” –deel waarbij alleen de eerste categorie een groentijd kent, maar de tweede categorie niet meer mag deelnemen aan het verenigingsleven, terwijl ze wél contributie moeten betalen.
Dit zint veel studenten niet, en op 21 februari 1911 wordt door een groepje passieve leden van het corps, die niet mochten deelnemen aan het gezelligheidsgedeelte, een nieuwe vereniging officieel gesticht in de Nieuwe Karseboom aan het Rembrandtplein. Zij kreeg de naam Unitas Studiosorum Amstelodamensium. De U.S.A. is in alles het evenbeeld van de eerder ter ziele gegane Bond, met als voornaamste verschil dat ze zich wél weet te handhaven. De eerste kroegavond vond plaats in de Nieuwe Karseboom op 28 februari 1911. Dat dit destijds een waar feest werd, behoeft nauwelijks vermelding. Zo deed de U.S.A. haar intrede in het Amsterdamse studentenleven.

De U.S.A. werd toegankelijk voor alle studenten en werd opgericht op basis van drie pijlers:

  1. De vereniging staat zowel open voor mannen als vrouwen; in die tijd een zeer progressieve benadering.
  2. Het lidmaatschap moet betaalbaar zijn.
  3. De leden moeten, nadat ze zijn geïnaugureerd, op basis van gelijkheid worden behandeld.

Het eerste novitiaat, waarbij overigens nog geen vrouwen te bekennen waren, vond plaats in de zomer van 1911, in de Odeon aan de Singel. In 1912 werden de eerste afdelingen opgericht. Te beginne met de M.U.S.A., de D.U.S.A., (een debatclub), en de T.U.S.A. In de jaren daarop zouden velen volgen; van schaken tot pingpong en van wandelen tot fietsen.

Ten tijde van de eerste lustra van de U.S.A., kent de vereniging echter nog geen colleges. Er bestonden wel vriendenkringen, maar geen van hen nam eerstejaars op in de groep. Er ontstond een tweedeling wat betreft de vorming van colleges. Tegenstanders waren van mening dat leden altijd meer binding zouden hebben met de vereniging en vonden het een nabootsing van de corps-disputen. De voorstanders pleitten juist voor groepsvorming en verscherping van de tegenstellingen. Eén van die voorstanders was, de ons nog steeds bekende, Freek van der Vloodt. Hij was degene die tot het inzicht kwam dat de vereniging slechts tot bloei in staat was als zij een groot aantal vriendenkringen kent. Van toen af aan werden deze vriendenkringen ‘colleges’ genoemd.

Karakteriserend in de Unitas historie is haar zwerftocht van sociëteit naar sociëteit. In 1923 hebben al 12 panden de naam S.A.L.V.E. gedragen en meerdere zullen er volgen. Kort na de dies in 1926, realiseerde zich U.S.A.’s jarenlange wens: de Permanente Kroeg. De jaren der omzwervingen van U.S.A. waren vele geweest. Ik citeer: ‘Het tijdelijke karakter der vestiging was soms zo overheersend, dat het woord bivak juister leek’. In elk geval waren de doch nauwelijks serieus bedoelde feestelijkheden die de opening van een nieuwe kroeg begeleidden, voldoende om U.S.A. reeds de volgende dag alweer op straat te doen staan. Dankzij de financiële steun van ouders en reünisten kon men de hand leggen op een perceel aan het Kleine Gartmanplantsoen: de eerste eigen kroeg! De sociëteit werd genoemd naar de kroeg S.A.L.V.E., die onze voorgangers, de A.S.B. in 1886 op de Vijgendam hadden geopend. S.A.L.V.E. staat voor Sodalitas, Amecitia, Laetitia, Vereant, Eximie en betekent mogen broederschap, vriendschap, vrolijkheid welig tieren. Het sociëteitsprobleem was dé nachtmerrie van het, toen nog bestaande, sociëteitsbestuur, dat bijna elk jaar naar een nieuw huis moest omzien.

De eerste wereldoorlog ging voor Nederland, en daarmee voor Unitas, relatief ongemerkt voorbij. Wel werden door heel Nederland jongemannen gemobiliseerd, voor het geval er tóch oorlog op Nederlands grondgebied zou komen. Daardoor verloor Unitas in één klap 20% van haar ledenbestand, wat leidde tot een acuut mannentekort op de “mobilisatiesociëteit”.

De jaren ’30 worden gekenmerkt door een sterke groei in leden en colleges. Voor het uitbreken van de oorlog was de U.S.A. uitgegroeid tot één van de grootste verenigingen van Amsterdam en beloofde zij een gouden toekomst tegemoet te gaan.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog brak er voor studentenverenigingen echter een barre tijd aan. Als gevolg van het verbod op samenkomen van verenigingen zette de Senaat noodgedwongen haar werkzaamheden voort op een zolderkamertje en bleven colleges en jaarclubs elkaar thuis opzoeken. Een poosje duikt zelfs de halve vereniging onder in een verlaten scheikundelaboratorium van de UvA. Helaas bleek een ‘fout lid’ in ons midden te zitten die notulen van de vergaderingen doorspeelden naar de Duitsers en een aantal leden, waaronder de voltallige senaat wordt door de Duitsers opgepakt en gevangengezet in kamp Vught. Na de oorlog wist de U.S.A. zich maar nauwelijks te herstellen. Veel leden hebben de oorlog niet overleefd of zijn na de oorlogsjaren niet meer teruggekeerd en het universitaire bestaan moest weer van voor af aan de draad oppakken.

Toch volgde er hoogtijdagen in de jaren ’50, waarbij de vereniging groeide tot meer dan 600 leden. Dit duurde echter niet lang. In de zestiger jaren veranderde de visie op het studeren. Het studeren diende toegankelijker te zijn voor meer Nederlanders, hetgeen zich uitten in een enorme groei in het aantal studenten. Hoewel je zou denken dat de vereniging hier profijt van zou hebben, zorgden de maatschappelijke veranderingen en de daarbij horende ‘flower-power’ beweging ervoor dat het verenigingsleven stokte. Lid zijn was rechts en alleen weggelegd voor de elite, was de gedachtegang. Het studentikoze S.A.L.V.E. veranderde in een “kritiese Alternatieve Kroeg” en werd een soort openjongerenhostel, met slaapplekken voor iedereen, veel biologisch eten en veel, heel veel drugs. Leden bleven massaal weg, commissies worden opgeheven en de almanak verschijnt niet meer. In 1975 balanceerde de U.S.A. wederom op het randje van haar bestaan met zegge en schrijve tien leden. Het is te danken aan een groep van 10 volhardende leden dat wij hier nog steeds staan. In 1977 begint de vereniging weer langzaam te groeien. De Statuten en Reglementen worden herzien en commissies en colleges worden weer opgericht.

Vanaf 1984 was S.A.L.V.E. gevestigd op de welbekende ‘boot’. Zonder sluitingstijden en directe buren was het de perfecte plek om tot zonsopgang te drinken en te feesten. In mei 2000 brak een nieuwe periode aan toen de U.S.A. weer naar het vaste land vertrok, te weten de Oudezijds Kolk. Ook in de afgelopen jaren is het één en ander veranderd. Zo zijn de ledenaantallen weer iets terug gelopen en werd de senaat teruggebracht van 8 naar 6 personen. Daarnaast zijn er 3 colleges opgeheven, en 1 college heropgericht, wat heeft geresulteerd in de huidige vereniging, met ruim 450 actieve leden, 11 colleges en vele jaarclubs.

In februari 2011 vierde Unitas alweer haar honderdjarig bestaan! Dit is 2 weken lang groots gevierd met daarnaast ook nog eens een spetterend gala en een wintersport met ruim honderd leden!